Onder
scheidingen
huis St. Oedenrode.

Sinds 2002

Opmaak

Modelversierselen en decoraties bij grootmodel

Een modelversiersel wordt door de militair gedragen op de linkerborst van het DT, de bovenzijde van het lint net even boven het midden van de borstzak. Op het GLT op overeenkomstige hoogte. Bij twee of meer gedragen modeldecoraties dienen deze te zijn bevestigd aan de decoratiegesp. De decoraties mogen elkaar gedeeltelijk bedekken, maar het meest rechts gedragen kruis of medaille (aan de zijde van de jassluiting) dient als belangrijkste geheel onbedekt te blijven. Op het uniform mag maar één rij modeldecoraties worden gedragen, ongeacht het aantal decoraties dat de militair gerechtigd is te dragen. Deze rij mag niet langer zijn dan de afstand tussen linkerschoudernaad en de uiterste rand van het linker uniformpand waarbij de eerste decoraties zonodig de revers overlappen.

Indien het aantal decoraties te groot is om op één rij te worden gedragen, dient de militair zich tot het dragen van een kleiner aantal te beperken. In dit kleiner aantal dienen in elk geval de door of vanwege H.M. de Koningin verleende decoraties te zijn opgenomen.

Gespen bij grootmodel

Indien de militair een decoratie draagt, bij welke hem meer dan één gesp is toegekend, dienen deze gespen van beneden naar boven op het lint te zijn bevestigd in de volgorde waarin ze zijn verkregen.

Batons

Het lint van een decoratie in de vorm van een baton wordt gedragen op de linkerborst. Het midden van de baton wordt geplaatst net even boven het midden van de linkerborstzak. Batons mogen niet door de revers van het uniform worden bedekt. Meerdere batons worden in aaneengesloten rijen (van maximaal vier) zonder onderlinge tussenruimte op de volgende wijze aangebracht: Elke baton is 27 mm breed en 11 mm hoog. Indien op batons van het Oorlogsherinneringkruis en het Ereteken voor Orde en Vrede meer dan twee sterren worden gedragen, mogen deze 39 mm breed zijn. Ze moeten een getrouw beeld geven van de decoratie waarop zij betrekking hebben en dienen daarom te zijn voorzien van de overeenkomstige sterren, cijfers of andere tekenen. Indien een baton moet zijn voorzien van een verkleind model van de betreffende decoratie dient de verticale middellijn daarvan minstens 5 en ten hoogste 9 mm te bedragen.

Miniatuurdecoraties

Miniatuurdecoraties moeten een getrouw beeld geven van de decoraties waarop zij betrekking hebben. Zij worden aaneengesloten gedragen op het GKT, GLT (als alternatief AT) en het AT. De decoratiegesp wordt op dezelfde wijze gedragen als voorgeschreven voor modeldecoraties. Op het AT mag de decoratiegesp de linkerrever gedeeltelijk overlappen.